Alaskan Malamute

PORTRET

RASGROEP: Keesachtigen en Poolhonden
AARD: Vriendelijk, maar onafhankelijk
GEMIDDELDE LEVENSDUUR: 12 jaar
SCHOUDERHOOGTE: Ongeveer 63 cm
GEWICHT: Ongeveer 35 kg
VACHT: Bruin, of wolfsgrijs tot zwart; witte buik
AANLEG: Trekhond, sledehond
OMGANG MET KINDEREN: Voortreffelijk
OMGANG MET ANDERE HONDEN: Moeilijk met soortgenoten van hetzelfde geslacht
LEEFRUIMTE: Zo natuurlijk mogelijk
VACHTVERZORGING: Regelmatig borstelen

Alaska Malamute

Alaska Malamute

HERKOMST

In tegenstelling tot veel andere hondenrassen, is de Alaskan Malamute niet het resultaat van een aantal kruisingen die door de mens zijn bedacht. Integendeel, zijn huidige vorm heeft hij bereikt dankzij een niets ontziende selectie ten gunste van de exemplaren die zich het beste hadden aangepast aan de klimaatomstandigheden in het hoge noorden.

Het is een poolhond bij uitstek. Hij heeft zijn rasnaam gekregen van een eskimostam in Alaska, de Mahlemuts. Op zich betekent de naam van deze stam ‘mensen die wonen op de plek van de grote golven’. Dit volk woonde rond de Golf van Kotzebue en de Nortonbaai en leefde voornamelijk van de visvangst. Hun honden werden vooral gebruikt om boten langs de oevers te slepen en voor de jacht op kariboes.

Amerikaanse en Russische schrijvers uit de 19e eeuw die het leven in dat hoge noorden hebben beschreven waren alle getroffen door de eerbied waarmee de eskimo’s hun honden behandelden en door de zorg die aan de honden werd besteed. Maar eigenlijk is dat vanzelfsprekend. De streken waarin deze mensen leefden zijn klimatologisch zo extreem, dat de tweebeners voor hun overleving sterk waren aangewezen op de gezondheid en de kwaliteit van hun viervoeters. Dit verklaart waarom ze voortdurend de beste honden uitkozen om mee te fokken; de honden die het sterkst waren, het beste waren aangepast aan de barre leefomstandigheden en de honden die zich het beste in de sneeuw konden verplaatsen. Een aangename bijkomstigheid was, dat deze honden niet alleen voortreffelijke werkers waren, maar bovendien in hun temperament het nuttige met het aantrekkelijke combineerden. Ze waren heel vriendelijk, zacht en op mensen gericht. Hierdoor werden ze niet alleen als nuttig dier gewaardeerd, maar ook als prettig en warm gezelschapsdier. Dat is heel goed te zien op de films die in het begin van de 20e eeuw bij de eskimo’s werden gemaakt.

Het was de goudkoorts die de Alaskan Malamute bijna het leven heeft gekost. Toen in delen van Alaska goud werd gevonden en de eskimo’s meer vaste verblijfplaatsen kregen, was er minder behoefte aan honden. Tegelijkertijd raakten sleehondenrennen in zwang en werden Malamutes gekruist met Europese bergrassen. De kwaliteit van de honden verslechterde zo, dat het ras er bijna onderdoor ging.

Tegen 1920 verschenen de eerste Alaskan Malamutes in de Verenigde Staten. De fokkerij ondervond een enorme impuls van enkele zeer enthousiaste liefhebbers, die wisten hoe ze het ras op het oorspronkelijke hoge peil moesten brengen. Dat waren onder andere Arthur Walden, Milton en Eva Seeley van de Chinook kennel, Paul Voelker (M’Loot kennel) en Dick Hinman. Het duurde echter tot 1935 voordat de American Kennel Club het ras officieel erkende. In dat jaar werd ook de Alaskan Malamute Club opgericht.

Ook na de Tweede Wereldoorlog ging het met de Malamute bergafwaarts, onder andere vanwege het gebruik als sleehond bij de in de poolstreken gelegerde militaire eenheden. Robert Zoller (Husky-Pak kennel) moest nu het ras redden.

Hoewel de Alaskan Malamute snel is, kan hij het wat dat betreft niet opnemen tegen de andere sleehonden. Hij moet dan ook meer als de spreekwoordelijke `sneeuwlocomotief’ worden beschouwd. Hij vertoont een enorme werklust en voelt zich pas prettig bij uitingen van grote kracht en uithoudingsvermogen. Hij is op de Europese renpistes veel minder vaak te zien dan zijn snelle verwant de Siberian Husky, omdat de afstanden van die pistes naar verhouding kort zijn.

GEDRAG

De prachtige atleet met de dikke vacht, die zo op de wolf lijkt, is in wezen een erg lieve hond. Zijn vriendelijkheid ten opzichte van mensen verhindert echter niet dat hij geen echte poolhond meer is. Af en toe laat hij namelijk merken, dat hij op een zekere onafhankelijkheid is gesteld. Dat is poolhonden eigen. De eigenaar van zo’n hond moet daar begrip voor hebben en het in goede banen weten te leiden. Pups moet met grote vastberadenheid worden geleerd welke plaats ze tussen de mensen kunnen innemen. Hier leven ze niet in poolgebieden waar meer vrijheid heerst en elke hond, dus ook de Alaskan Malamute, zal moeten leren hoe hij zich moet aanpassen in kleine landen met veel stedelijke gebieden.

Malamutes zijn op een indrukwekkende manier kalm en waardig en daarom is een volwassen dier een aangename gezelschapshond. Daarbij komt dat hij minder hinderlijk is dan zijn afmeting zou doen vermoeden. Hij past zich in huis echt goed aan, maar moet dagelijks natuurlijk flink worden uitgelaten om aan zijn noodzakelijke beweging te komen. Als waakhond is hij minder geschikt, hoe wolfachtig hij ook lijkt. Hij is erg vriendelijk en zacht voor onbekenden en hij blaft niet erg graag. Behalve een misschien preventieve werking ten opzichte van insluipers, gaat er van hem op dit gebied niet veel uit. Hoewel hij erg vriendelijk van aard is, gaat hij een strijd om de hiërarchie niet uit de weg. Dat slaat zowel op de rangorde onder soortgenoten als op de rangorde thuis onder de mensen. Met andere woorden: zoals bij de meeste andere poolhonden, moet de eigenaar van een Alaskan Malamute ook echt ‘de baas’ zijn. Hoewel een Malamute absoluut vrij van kwaadaardigheid is, kan hij alleen al door zijn lichaamskracht behoorlijk lastig worden, als hij niet op de juiste manier is opgevoed. De eigenaar moet dus waar zien te maken dat hij, en niet zijn hond, de meuteleider is. Alleen dan heeft zijn hond respect voor hem. Waarbij moet worden opgemerkt dat het voor het geestelijk evenwicht van deze en eigenlijk van alle honden goed is als de status quo in huis duidelijk vaststaat. Het jagen is bij hem ingeworteld. Maar als hij een konijn achterna zit, is er gelukkig minder kans op dat hij na afloop wegblijft dan bij de Husky’s het geval is. Die zijn namelijk sterk geneigd om te gaan zwerven als ze onaangelijnd zijn. Ze worden dan ook bijna uitsluitend aan de lange lijn uitgelaten, om te voorkomen dat ze weg raken. Malamutes zijn erg kameraadschappelijk met mensen, maar de aanwezigheid van een volwassen soortgenoot van hetzelfde geslacht stellen ze minder op prijs. Door hun grootte zijn ze erg sterk en als ze vechten gaat het hard. Als de baas zoiets niet heeft kunnen voorkomen, zal hij snel moeten ingrijpen. Ze vinden het daarentegen fijn om als paar door het leven te gaan. Veel Malamuteliefhebbers hebben dan ook twee honden van het tegenovergestelde geslacht in huis.

Een ander belangrijk punt is dat deze honden doorgaans goed met kinderen kunnen omgaan. Het is zelfs verrassend om te zien hoe een Malamute als een echte waakhond tekeer gaat naast de wieg van de baby des huizes. Maar door zijn afmeting is hij, zoals zoveel grote honden, in de buurt van kleine kinderen die net hebben leren lopen erg onbeholpen, soms lomp. Hij past zich echter erg snel bij het ritme van het jonge kind aan.

Het zijn honden uit het hoge noorden, aangepast aan lage temperaturen en sobere leefomstandigheden. Desondanks kunnen ze ook goed leven in een milder klimaat. Op onze breedtegraad kunnen ze zowel in huis als buiten worden ondergebracht, maar ze moeten uiteraard worden beschermd tegen felle zon en vocht. Door hun bijzondere stofwisseling kunnen ze hun energie tot een maximum opsparen. Om tegen de kou bestand te zijn en om zwaar werk te kunnen verrichten moeten ze voedsel krijgen dat een hoog percentage vetten bevat. Als ze niet in koude streken leven en weinig te doen hebben, zijn ze veel soberder in hun vraag naar voedsel. Van een menu dat normaal is voor een werkende poolhond, zouden ze alleen maar te dik en dus ongezond worden.

Iets dat nooit mag worden vergeten, hoe plezierig de Alaskan Malamute als huishond ook mag zijn, is dat het eigenlijk een sledehond is, liever gezegd een trekhond. Veel eigenaren denken daar liever niet aan, want zoals elke hond, kan een Malamute uren in zijn hondenmand blijven luieren. Maar een hond van zo’n ras verkommert, als hij niet iets zinnigs met zijn specifieke talenten kan doen. Het is de enige manier voor hem om vitaal en gezond te blijven. Af en toe een blokje om tijdens het uitlaten is echt niet genoeg; dat is een vorm van onderwaardering voor elke actieve hond. In het trektuig is hij in zijn element. Sneeuw hoeft er niet te zijn, want veel oefenkarren voor sleehonden rijden op wielen. Een vervanging voor de slee of de kar is de fiets. Malamutes kunnen prima in conditie worden gehouden door regelmatig met de baas te gaan fietsen.

Waarbij ze naast de fiets moeten lopen. Ze mogen niet trekken, dat is veel te gevaarlijk, zelfs op een relatief rustig fietspad.

Eigenaars van werkende poolhonden moeten inventief zijn, zeker als ze hun hond niet kunnen laten meedoen aan rennen. In de Verenigde Staten worden zelfs trekwedstrijden gehouden. Sommige honden spelen het klaar om een gewicht van meer dan een ton over een afstand van ongeveer 7 m te trekken. Door dit soort inspanning raakt een grote, lichamelijk sterke hond zijn energie wel kwijt.

De poolhonden zijn ‘natuurproducten’ die als zodanig moeten worden behandeld. De ‘baas’ moet de meuteleider zijn en er voor zorgen dat zijn hond opgewekt, levendig en gezond blijft door voldoende, geschikte beweging. Dat is in het belang van de hond zelf, maar ook gunstig voor de band die tussen baas en Malamute bestaat.

 VERWANTE RASSEN 

Door zijn kleuren zijn algehele verschijning is de Siberian Husky, ondanks zijn wat bescheidener grootte, het dichtstbijzijnde familielid van de Alaskan Malamute. Hij komt oorspronkelijk uit het noordoosten van Siberië, maar werd in Alaska pas echt bekend: door sledehondrennen. Op dat gebied is hij nog steeds onovertroffen. Husky’s zien er opvallend uit; ook zij lijken op wolven en ze kunnen blauwe ogen hebben. Iets dat overigens geen voorschrift is. De Siberian Husky staat in Noord-Amerika op de lijst van de 15 meest populaire hondenrassen.

De Groenlandse Hond is een ander familielid. Hij is ongeveer even groot als de Malamute en was ooit de onafscheidelijke metgezel van beroemde poolreizigers zoals Peary en Amundsen. Het is vooral een krasse hond die gewend is aan erg barre klimaatomstandigheden en nauwelijks in de stad kan leven. Op de renpiste is hij zowel snel als volhardend.

De Samojeed is een elegante, robuuste en erg behendige hond. Hij trok ooit met de mens mee van de hoogvlakten in Iran naar Siberië, waar hij in het toendra- en taigagebied als rendierherdershond werd ingezet, niet echt als sleehond.

Niet alle familieleden kunnen stuk voor stuk worden genoemd, maar de Laiki (meervoudsvorm van Laika) zijn de Russische neven van de Malamute. Het zijn jacht-, trek- en herdershonden. Ze worden overal in de noordelijke streken van de Sovjet-Unie gebruikt en zijn daar erg geliefd.

Hoewel de Keesachtigen geen sleehonden zijn, moeten ze wel als familie van de Malamute worden beschouwd. Vooral de Wolfsgrauwe Keeshond lijkt op hem. Ze waren en zijn vooral in Nederland en Duitsland populair. Ze staan hun mannetje en werden daarom dikwijls als waakhond ingezet op de boerderij of op de schepen van binnenschippers. Het hebben van zo’n kleine keffer aan boord is een traditie. Het vosachtige hoofd met de levendige en intelligente ogen, de spitse oren, de dikke, over de rug gerolde staart en de dichte, soms weelderige vacht zijn dé kenmerken van de Keeshond. Wat hij met de honden van het noorden gemeen heeft is een zekere zelfstandigheid gepaard aan zelfverzekerdheid.

 STANDAARD

ALGEMEEN
De Alaskan Malamute is een sterke, goed gebouwde hond met een diepe borst, een sterk, compact lichaam, niet te korte lendenen en een dikke, grove bovenvacht van voldoende lengte (2,5-5 cm als de hond in volle vacht is) om de dikke, wollige ondervacht te beschermen. Hij staat correct op zijn voeten en maakt een erg actieve indruk. Hij heeft een breed hoofd en als hij attent is staan de wigvormige oren rechtop. Zijn voorsnuit is fors (versmalt slechts weinig tussen de neuswortel en de neusspiegel), is puntig noch lang, maar ook niet kort en gedrongen. De Malamute beweegt zich trots, met het hoofd rechtop en met levendige ogen. De aftekening op het gezicht is kenmerkend: er is een kapje over het hoofd en de rest van het gezicht is in één kleur (meestal grijsachtig wit), of er is een masker; een combinatie van het een en het ander komt niet zelden voor. De dikbehaarde pluimstaart wordt gekruld over de rug gedragen. Malamutes bestaan in verschillende kleuren, maar zijn meestal wolfsgrijs of zwart-wit. De voeten zijn van het type ‘sneeuwschoen’, stevig aangesloten en lang, met goed opgevulde zolen. De voorbenen zijn recht en stevig, van een zware beenderstructuur; de achterbenen zijn breed en krachtig, matig gebogen in de kniegewrichten, maar niet koehakkig. De rechte rug verloopt zacht glooiend omlaag van de schouders naar de heupen. De lendenen mogen niet zo kort en nauw zijn dat dit de beweging hindert. De Alaskan Malamute is aanhankelijk, vriendelijk, geen éénmanshond; een trouwe, toegewijde kameraad, speels op uitnodiging, maar in het algemeen indrukwekkend door zijn waardigheid.

HOOFD
Moet breed en krachtig zijn om een grote mate van intelligentie aan te geven; in verhouding met de grootte van de hond, zodat hij niet plomp of grof lijkt. Schedel breed tussen de oren, naar de ogen toe geleidelijk aan versmallend.

GEBIT
De snijtanden scharen; nooit boven- of ondervoorbijtend.

OREN
Middelmatig groot, maar klein in verhouding tot het hoofd; aan de zijkanten op de schedel geplaatst. De bovenste helft is driehoekig, enigszins afgerond op de top. Als ze rechtop staan, zijn ze enigszins naar voren gericht; tijdens het werken zijn ze soms naar achteren gevouwen. Hoog geplaatste oren zijn fout.

OGEN
Bruin, amandelvormig, matig groot voor deze oogvorm, schuin geplaatst.

LICHAAM
De borst moet diep en sterk zijn, zo ook het krachtige, compacte lichaam. De rug is recht en loopt geleidelijk af naar de heupen. Gespierde lendenen. Hals: stevig en matig gebogen.

Schouderhoogte: reuen 63,5 cm, teven 58,5 cm.

BENEN
Schouders: enigszins schuin. Voorbenen: gespierd en zwaar van bot. Achterbenen: breed en op de dijen krachtig gespierd. Kniegewrichten: licht gebogen en goed laag. De benen van de Malamute moeten sterkte en stuwkracht uitstralen. Elke aanwijzing van gebrek aan kracht en ‘unsoundness’ in de benen of de voeten als de hond staat of beweegt, is een ernstige fout. Hubertusklauwen aan de achterbenen zijn ongewenst en moeten kort na de geboorte bij de pups worden verwijderd.

VOETEN
Groot en compact, aaneengesloten en goed gebogen; dikke, stevige voetzolen; korte sterke nagels. Beschermende haargroei tussen de tenen.

STAART
Verlengt de lijn van de ruggengraat bij de aanzet; goed behaard en over de rug gedragen of als een vossenstaart; lijkt op een wuivende pluim.

VACHT
Dikke, grove bovenvacht, niet lang, ook niet recht. Ondervacht dicht, vettig en wollig. Malamutes hebben in het algemeen als ze in de zomermaanden ruien een iets kortere en minder dichte vacht.

KLEUR
De gebruikelijke kleuren variëren van lichtgrijs tot zwart, maar bruin bestaat ook; altijd met wit op de buik, een deel op de benen en op een deel van het masker. Gezichtsaftekening moet kap-, hetzij maskerachtig zijn. Geheel wit is de enige andere erkende effen Malamute.

BIJZONDERHEDEN
De Alaskan Malamute moet vooral worden beoordeeld op zijn capaciteiten om zware vrachten te trekken. Daarom moet hij compact, krachtig gebouwd zijn, met zware botten, stevige benen en goede voeten, een diepe borst, sterke schouders en een stevig, regelmatig gangwerk tonen.

Fouten zijn: spreidvoeten, elke aanwijzing van gebrek aan sterkte of van zwakte in de benen, achterbenen nauw (of koehakkig), zwakke polsen, rechte schouders, stijve gangen, zwakke hoekingen, ‘unsoundness’, te weinig borstdiepte, logheid, lichte beenderstructuur en slechte proporties in het algemeen.

GEEN SUIKER, WEL ZINK

Sledehonden hebben meer behoefte aan zink dan honden van andere rassen. Een tekort aan zink veroorzaakt bij de Alaskan Malamute soms huidproblemen, waardoor de vacht rondom de ogen en op de benen uitvalt. De kwaal kan gelukkig vrij snel worden verholpen door extra toedienen van zink, uiteraard in overleg met de dierenarts.

Onder het mom dat het goed voor de spieractiviteit is, krijgen stoere werkhonden soms extra suiker van hun goedbedoelende eigenaars. Dat werkt bij poolhonden alleen maar averechts met als resultaat dat ze te dik worden, wat op zich kan uitmonden in traagheid.

Werkende sleehonden hebben een speciaal menu nodig met veel vetten; zo ook honden die dagelijks voor oefenkarren in het tuig worden aangespannen.

DRIE MINUTEN HUILEN 

Poolhonden zoals de Alaskan Malamute worden soms niet echt begrepen. Dat komt, omdat ze af en toe heel anders met elkaar communiceren dan andere honden. Natuurlijk is het pakket basisgedragingen hetzelfde als dat van hun soortgenoten; ze gebruiken hun stem en hun lichaam als taal. Grofweg ingedeeld, bestaan vijf hoofdvormen van communicatie met de stem. Honden klagen, piepen, brommen, blaffen en huilen. Klagen en piepen zijn uitingen van onderwerping. Grommen of brommen geven verschillende vormen van agressie weer. Blaffen (iets dat Malamutes overigens weinig doen) betekent opwinding. Het huilen, dat poolhonden vaak doen, is nog steeds een geheimzinnige gemoedsuiting. Het ritueel is altijd hetzelfde.

De honden beginnen zacht te huilen waarbij ze langzaam met hun staart kwispelen, hun hals uitstrekken en hun hoofd in de lucht steken. Na een minuut of drie stoppen ze. Ze komen ongeveer twintig minuten op adem en beginnen dan opnieuw.

Dit huilen speelt een wezenlijke rol met betrekking tot het bij elkaar horen van de meute en de territoriumclaim die elke hond binnen de groep heeft. Lichaamshoudingen kunnen net als vocale uitingen in categorieën worden ingedeeld. Er bestaat een onderwerpingsgebaar (hond ligt op zijn rug, benen in de lucht, keel ontbloot, is dus kwetsbaar) en een provocerende houding (hond staat op hoge, stijve benen, wordt groter, zet de vacht op en laat zijn hoektanden zien).

Als twee honden elkaar niet mogen kunnen ze gaan vechten, maar dat zal zelden zijn ‘tot de dood er op volgt’, want in de regel is het zo, dat de zwakste snel een onderdanige, onderworpen houding aanneemt. Omdat de Malamute in een meute leefde, onderwerpt hij zich aan een strenge sociale rangorde. Hij gehoorzaamt de meuteleider, die niet alleen lichamelijk de sterkste is, maar ook psychologisch. De onderlinge verhoudingen tussen de gedomineerde honden in de meute zijn echter veel ingewikkelder.

In zijn omgang met soortgenoten behoort de Alaskan Malamute tot een van de rassen die nog dicht bij de oorspronkelijke hond staan.

HIJ LIJKT OP EEN WOLF

De honden van het noorden verschillen van alle andere hondenrassen. Alleen al door hun uiterlijk verschillen ze, ze lijken namelijk erg op de wolf, sommige meer dan andere.

Aangezien de Alaskan Malamute er, samen met sommige Laiki en de Siberian Husky het meest op lijkt, kan hij bij sommige mensen geen genade vinden. De angst voor de ‘boze wolf’ zit er nog diep in! Wat de poolhonden voor ons kunnen doen, is het beeld dat er van de wolf bestaat in een veel redelijker perspectief brengen.

Wolven zijn niet de griezelige verslinders van een prooi. Het voorbeeld van de kariboe is het meest frappant: de angstige dieren in de kudde zijn langzamer. De sterkere vluchten sneller. Daardoor kunnen wolven snel inschatten waar zich de zwakste dieren van een kudde bevinden. Ze dragen er dus toe bij om de zwakke dieren uit te schakelen. Een eskimospreekwoord zegt zonder sarcasme `Wolven houden de kariboes gezond’. In Alaska zijn wolven dan ook beschermd en mogen uitsluitend worden gejaagd door Indianen en Eskimo’s.

In Europa is het anders: de wolf is de geschiedenis ingegaan als de meest griezelige tegenstander van de mens. Eeuwenlang werden heel wat maatregelen genomen om hem uit te schakelen. Daar is men goed in geslaagd, want hij komt in Europa nog sporadisch in het wild voor.

Alle honden stammen in een ver verleden van de wolf af. Maar de poolhonden en ook sommige herdershonden lijken van uiterlijk nog het meeste op hun voorvader. Dat betekent natuurlijk niet dat deze honden ons angst hoeven in te boezemen. Dat hoeft de wolf zelf immers ook niet.