Australische Terriër

PORTRET

RASGROEP: Terriërs
AARD: Levendig, moedig, onafhankelijk
GEMIDDELDE LEVENSDUUR: 10 jaar
SCHOUDERHOOGTE: Ongeveer 25 cm
GEWICHT: 4,5 – 5 kg
VACHT: Blauwe romp, tan op benen en gezicht, kuif blauw of zilver Zuiver zandkleurig of rood
AANLEG:  Jachthond en gezelschapshond
OMGANG MET KINDEREN: Goed
OMGANG MET ANDERE HONDEN: Niet voor een kleintje vervaard
LEEFRUIMTE: Kan ook op een flat
VACHTVERZORGING: Af en toe borstelen.

Australische Terrier

Australische Terrier

HERKOMST

De Australische Terriër of ‘Aussie’, zoals zijn koosnaam luidt, is de een terriër die niet afkomstig is uit Groot-Brittannië. Hij is ontstaan uit opeenvolgende gebruikskruisingen, onder omstandigheden die vandaag de dag niet erg goed meer kunnen worden achterhaald en waarbij verschillende terriërrassen een inbreng hadden. Die Terriërs werden door kolonisten uit Groot-Brittannië meegenomen naar Australië. Het waren Cairn Terriërs, Skye Terriërs en Dandie Dinmont Terriërs uit Schotland, Ierse Terriërs en Ierse Black and Tan Terriërs uit Ierland en de Yorkshire Terriër uit Engeland. Nadat de Australische Terriër als ras onmiskenbaar bestond, hebben behalve de eerder genoemde rassen, geen andere honden invloed gehad op de Aussie. Dat is waarschijnlijk niet te danken aan gerichte plannen van fokkers, maar eerder aan het feit dat Australië zo afgelegen en geïsoleerd ligt, dat in dit werelddeel nauwelijks honden te vinden waren.

De Australische Terriër maakte zijn eerste officiële entree onder deze rasnaam op een hondententoonstelling in Sydney, in 1885. In Australië worden al sedert 1864 hondenshows georganiseerd en naar alle waarschijnlijkheid is de Aussie op die evenementen al eerder te zien geweest, onder de naam Broken-coated Terriër. In het land van herkomst van de Australische Terriër werd tegen het einde van de 19e eeuw de eerste rasvereniging voor de Aussie opgericht. Ook in het buitenland bleek belangstelling voor het nieuwe ras te zijn en werden de eerste exemplaren naar de Verenigde Staten (in 1895) en naar Groot-Brittannië (in 1906) geëxporteerd. In 1921 ondernam lady Stradbroke, de echtgenote van de voormalige gouverneur van de staat Victoria, stappen om in Engeland een rasvereniging op te richten.

Niet lang daarna werd ook de eerste rasstandaard opgesteld. Het is niet zo, dat een ras onmiddellijk wordt erkend nadat er een standaard voor wordt geschreven. Liefhebbers van de Australische Terriër hebben tot 1933 moeten wachten, voordat hun ras in Engeland officieel werd erkend.

In de Verenigde Staten werd de standaard in 1960 erkend, nadat in 1956 een Amerikaanse rasvereniging was opgericht. Uiteraard zijn er redenen voor aan te voeren waarom het zo lang duurde voor de officiële erkenning in de Oude en in de Nieuwe Wereld een feit was. Voor een deel zal dat zijn veroorzaakt door de grote afstand tussen Australië en de Verenigde Staten en Europa, maar ook moet worden toegegeven, dat het lang zo is geweest dat er weinig uniformiteit tussen de Aussies onderling was.

Een ras kan niet worden erkend als het bestaat uit een groep zeer heterogene dieren; dieren van uiteenlopend type. Dat was heel lang het geval met de Australische Terriër.

GEDRAG

‘Zoals de baas is, is zijn hond’ hoor je wel eens zeggen. De Australische Terrier belichaamt dit spreekwoord ten voeten uit. Het is van oorsprong geen salonhondje. Hij is geboren en getogen bij ruwe Australische pioniers, met wie hij lief en leed deelde. Hij zorgde er voor dat ranches, stallen, zolders, opslagplaatsen en mijnen vrij bleven van ongedierte en allerlei kleine knaagdieren. Deze kleine guitige hond met de korte benen en een vacht die altijd in de war is, heeft een onverzettelijke moed en is enorm vasthoudend. Tegelijkertijd is hij een grote individualist, dus behept met een flinke dosis onafhankelijkheid. Zoals de meeste terriërs die er lief en zacht uitzien, zit onder het uiterlijk een ongelofelijke onstuimigheid en strijdvaardigheid verstopt.

Ooit heeft een liefhebber van dit ras het kernachtig gezegd: ‘Hij heeft per kilo lichaamsgewicht meer moed dan elk ander dier op deze planeet’. Het is natuurlijk een nogal bevooroordeelde uitspraak, maar een die precies de innerlijke kwaliteiten van een hond weergeeft die in zijn geboorteland niet aarzelt om het tegen de meest giftige slangen op te nemen. Desondanks kan deze ‘kleine terreur’ zoals hij in Australië liefkozend wordt genoemd, ook een heel lieve kameraad zijn, want hij is speels, trouw en verstandig. Daarvoor moet hij wel vanaf zijn puppytijd goed zijn opgevoed; met liefde, maar ook met vastberadenheid. Net als de meeste terriers is hij erg zelfverzekerd en wat hij in zijn hoofd heeft vergeet hij niet snel, maar hij kan ook alleszins redelijk zijn. Het is belangrijk dat duidelijk wordt gemaakt wat wel en wat niet is toegestaan.

Als blijkt dat een Aussiepuppy graag blaft, dan zal zijn eigenaar hem aan het verstand moeten brengen dat zoiets niet altijd op prijs wordt gesteld:

De Aussie van weleer is inmiddels omgevormd in een gezelschapshond, omdat ratten, bevers en dergelijke dieren niet elke dag bij ons in de achtertuin lopen. Hij heeft zijn fervente aanhangers, onder wie de Engelse hertog van Gloucester en een groot aantal Amerikaanse filmsterren en persmensen.

Aussies passen zich heel goed aan in een flat of kleine woning, ondanks het feit dat ze oorspronkelijk de ruimte hadden en konden gaan en staan waar ze wilden. Omdat ze erg energiek zijn en heel beweeglijk, ze moeten meer dan alleen maar een blokje om’ per dag. Flink tindelen met de baas vinden ze fijn. Ze zijn niet erg oot (de schouderhoogte is 25 cm), maar ze voelen -h beslist niet klein. Ondanks hun maat hebben ze dikwijls veel overwicht op honden die veel groter zijn. at komt door de typische terriër zelfverzekerdheid, die meeste verwante rassen ook hebben.

Aussies zijn vriendelijk voor kinderen, maar laten niet et zich sollen en ze kruipen niet in hun schulp als ze naar hun idee te ruw worden behandeld. Met dit temperament moet een kind wel rekening houden.

VACHTVERZORGING

Om aan de eisen van de standaard te voldoen moet een Australische Terrier een harde vacht hebben. Het moet dus beslist worden afgeraden om het diertje te vaak te baden, want een bad maakt dat de vacht zacht en slap wordt. Regelmatig borstelen is veel beter; in geval van nood kan ook droogshampoo worden gebruikt. Dit mag echter niet vaker dan één keer per maand worden gedaan. Hij hoeft niet vaak worden gekamd, want de Aussie is juist zo charmant met zijn vacht in de war. De haren die aan de binnenkant van de oorschelp groeien moeten regelmatig worden verwijderd (met de hand of met behulp van een pincet haar voor haar uittrekken), zodat de oren schoon blijven.

 

TERRIËRS, WIE ZIJN DAT ?

Terriërs zijn van oorsprong jachthonden, die hun prooi in en onder de aarde achtervolgden en voldoende moed hadden om de vos, de das en andere dieren tot in hun hol te achtervolgen. Hoewel de Terriërs ongetwijfeld heel oude jachthonden zijn, worden ze niet zo vaak in geschriften genoemd. Dat heeft een oorzaak. Waarschijnlijk werden ze in het verleden ingedeeld bij de brakken en werden ze niet apart vermeld. Ze stammen naar alle waarschijnlijkheid af van kleine jachthonden die door de Romeinen naar Groot-Brittannië werden meegebracht. Er is een Romeins bronzen beeldje voor het nageslacht bewaard gebleven van een hond die beslist op een terriër lijkt (de Coventina Terriër, gevonden in Carrawburgh, Northumberland). Of dit beeldje betekent dat indertijd in die streek dergelijke honden aanwezig waren is niet bekend.

De eerste vermelding van een hond die Terriër wordt genoemd, is te vinden in de ‘Deduits de la chasse’, een in 1359 geschreven gedicht van Gace de la Bigne, aalmoezenier van de Franse koning Jan:

 

Le va quérir dedans terre
Avec ses bons chiens Terriërs
Qu’on met dedans le terrier.

wat zoveel betekent als:

Hij laat het uit de aarde halen
Door zijn goede terriërs
Die men de holen in stuurt.

 

Tweehonderd jaar later, worden terriërs in Engeland nog ingedeeld bij de ‘hounds’, samen met Harriers en Bloodhounds (1570, in het boek over Britse honden van Dr. John Kaye, die als schrijver bekend is onder de naam Caius, omdat hij in het Latijn schreef.)

Omdat terriërs zulke goede vossenjagers zijn werden ze vooral in Groot-Brittannië zeer gewaardeerd. Het kon niet uitblijven of er ontstond een groot aantal terriërrassen, zowel in Engeland, in Schotland, in Wales als in Ierland. De terriërs hebben veel met elkaar gemeen, hoewel ze in afmeting en kleur kunnen verschillen. Ze zijn allemaal vasthoudend, vermetel, trouw, toegewijd, sober en moedig. Het is dan ook niet zo vreemd dat mensen altijd terriërs hebben ingeschakeld om huis en haard te beschermen tegen ratten, wezels, marters, dassen en andere ongewenste diersoorten. Helaas heeft menselijke hebzucht van bepaalde terriërs slachtoffers gemaakt, juist omdat ze de eerder genoemde kwaliteiten bezitten. De lijst is lang: hondengevechten, gevechten van hond tegen beer, van hond tegen stier, van hond tegen ratten, noem maar op.

Inmiddels zijn terriërs weer wat ze ook graag willen zijn: gezelschapshonden met een aanhankelijk, maar stoutmoedig karakter en een opgewekt, levendig temperament.

De naam van de rasgroep is afgeleid van het Latijn: terra betekent aarde en het verwijst naar de jachttalenten van deze aantrekkelijke honden.

STANDAARD

ALGEMEEN
Tamelijk laag, gedrongen, levendig

HOOFD
Lange en vlakke schedel; gevuld tussen de ogen, lange krachtige kaak. Zwarte neusspiegel.

GEBIT
Schaargebit.

OREN
Klein, hoog aangezet, rechtopstaand, niet lang behaard.

OGEN
Kleine, donkere, doordringende ogen.

LICHAAM
Eerder lang in verhouding tot de grootte; goed ontwikkelde ribben; rechte rug. Hals enigszins lang in verhouding tot de hoogte.

Gemiddelde schouderhoogte 25 cm; gemiddeld gewicht 5 kg.

BENEN
Voorbenen zuiver recht, goed onder het lichaam, enige bevedering tot aan de elleboog; geen lang haar op de voet; zwarte nagels.

Achterbenen: goed sterke dij, sprong licht gebogen.

VOETEN
Kleine voeten, goed van eeltkussens voor zien, zonder enige aanleg tot spreiden.

STAART
Ingekort.

VACHT
Rechte beharing, hoe harder hoe beter, van ongeveer 5 cm lengte.

KLEUR
Blauwe romp, tan op benen en gezicht (hoe dieper, hoe beter), kuif blauw of zilver of zuiver zandkleurig of rood.

BIJZONDERHEDEN
Fouten: vleeskleurige nagels of neusspiegel; witte vlekken op de voeten; witte borst; krullende of wollige vacht; effen zwarte vacht (behalve bij puppy’s); boven-of ondervoorbijten.

VERWANTE RASSEN

De Australische Terriër staat door zijn afkomst erg dicht bij verschillende Britse terriërrassen. Voor de leek lijkt hij op hen; toch kan hij niet met hen worden verwisseld, want de Cairn Terriër heeft een vacht die veel warreliger is en hij ziet er nog veel oorspronkelijker uit dan zijn Australische soortgenoot.

Met zijn lange, zijdeachtige vacht, zijn scheiding van de punt van de neus tot de staart,..zijn kaarsrechte houding en zijn gewichtigdoenerij is de Yorkshire Terrier tegenwoordig de meest bekende van de hele terriër familie. Als niet bekend was dat hij, ondanks zijn kleine afmeting, vol met pit en moed zit zodra de omstandigheden dat van hem verlangen, dan is het moeilijk om je voor te stellen dat dit mondaine hondje met zijn papillotjes in het begin van de 20e eeuw nog een erg oorspronkelijk hondje was, dat meer in trek was bij jagers dan bij dames.

De Dandie Dinmont is een stuk zeldzamer. Hij heeft een lang lichaam en meet op de schouder niet meer dan 20-25 cm. De vacht is eveneens ruig en kan ‘pepper’ (peperkleurig) of ‘mustard’ (mosterdkleurig) zijn. Zijn hoofd, met de grote, vragende ogen en de kuif die topknot wordt genoemd, is bijzonder karakteristiek.

Een andere uit Australië afkomstige terriër, ontstaan uit kruisingen tussen de Australische Terriër en de Yorkshire Terriër heeft van beide voorouders bepaalde kenmerken. Hij, combineert het robuuste van de een met de elegantie van de ander. De Australische Royal Kennel Club erkent dit hondje sedert 1900; in 1974 werd het ook door de Britse Kennel Club erkend. Hij werd in het begin eveneens als ongedierteverdelger gebruikt, net als de verwante rassen, maar hij wordt nu als gezelschapshond gehouden en is vooral in de Verenigde Staten en in Engeland erg populair.