Akita Inu

PORTRET

RASGROEP: Keesachtigen en Poolhonden
AARD: Erg waardig, onafhankelijk, loyaal
GEMIDDELDE LEVENSDUUR: 12 jaar
SCHOUDERHOOGTE: 57-70 cm
GEWICHT: 30-45 kg
VACHT: Grof bovenhaar met een zachte ondervacht
AANLEG: Voortreffelijk waaks; uitstekende jager
OMGANG MET KINDEREN: Goed
OMGANG MET ANDERE HONDEN: Is zeer dominant
LEEFRUIMTE: Kan in een kleinere woning worden gehouden, maar moet echt elke dag flink beweging krijgen
VACHTVERZORGING: Regelmatig borstelen; tijdens de rui vaak

Akita Inu

Akita Inu

HERKOMST

De Akita Inu is het nationale ras van Japan. Hij is verwant aan de Keesachtigen en de Poolhonden en is afkomstig uit de provincie Akita, waaraan hij zijn rasnaam dankt. Akita ligt in het noorden van Honshu (Japan). Inu en ken betekenen `hond’ in het Japans. Het ras wordt ook wel Akita Ken genoemd.

Dit ras is zo oud en heeft zo’n geschakeerde geschiedenis achter de rug dat de stad Odate, gelegen in de provincie Akita, een museum aan deze hond heeft gewijd. Sedert 1931 wordt de Akita Inu door de Japanse regering officieel beschouwd als een deel van het nationale erfgoed, evenals de geisha’s en de sumo. In dit opzicht staat de Akita op eenzame hoogte in de hondenwereld, maar de geschiedenis van het ras heeft zijn ups en downs gekend. De geschiedenis schijnt ongeveer 4000 jaar geleden te zijn begonnen, afgaande op de resten van een hondenskelet dat in het noorden van Japan werd gevonden. De eerste echte getuigenissen over het bestaan van de Akita Inu dateren van ongeveer 300 jaar geleden, vanuit het begin van de Edo-periode (1616-1868). In tegenstelling tot de Amerikaanse theorie volgens welke de Akita afstamt van de Chow-Chow en de Chinese Molosser zijn bepaalde Japanse deskundigen het er over eens dat de voorvader van deze hond Chinees moet zijn. Hun stelling is gebaseerd op het feit dat vandaag de dag in het noorden van China een hond van het type Akita leeft; een hond met een schouderhoogte van ongeveer 60 cm en een rode vacht.

In de 8e eeuw zou in het berggebied van Odate een jachthond hebben bestaan, de Matagi Inu. In de moeilijk te bereiken bergdorpjes was dat ras ‘zuiver’ gebleven. De Matagi Inu was een voortreffelijke jachthond; hij joeg op beren, wilde zwijnen en ander groot wild. Hij werd daarom kennelijk zo gewaardeerd, dat hij tot voor kort de enige hond was die in huis werd toegelaten in ruimten waar geen schoenen mogen worden gedragen en ook dieren de vloer niet mogen betreden.

Hierna volgt een wat minder gunstige periode voor de honden. De viervoeters werden door hun bazen voornamelijk gebruikt om huis en haard te beschermen. De periode werd namelijk gekenmerkt door boerenopstanden, kleine burgeroorlogen en een grote invasie van goudzoekers in het gebied rondom de stad Odate. De Akita’s werden opeens vreselijk geduchte waakhonden. Maar ze zouden niet lang de honden van eenvoudige boeren blijven. Rond 1700 kreeg een shogun, generaal Tsunayoshi die was geboren in `het jaar van de hond’, belangstelling voor deze honden. Er werd al snel een wet uitgevaardigd, waarbij het verboden was een hond te verwonden of te doden. En dat op straffe van gevangenschap of… ter dood veroordeling. Vanaf die tijd wordt de Akita Inu ook geassocieerd met religieuze festiviteiten. De adel ontfermde zich over hem en bood het dier een soort leven dat volkomen ongewoon was voor een hond. Sommige Akita’s kregen hun eigen huis en hun bedienden. Er wordt zelfs verteld dat er een shogun is geweest, die 530.000 m² van zijn land aan zijn hond had geschonken. Er werd ook een heel speciale taal bedacht om met de Akita’s te praten die het voorrecht hadden bij de allerrijkste Japanse families te wonen. `De woorden van de hond’ werd die taal genoemd.

Deze gouden tijden eindigen met de Meiji-periode (1868-1912) en de opkomst van hondengevechten, die werden georganiseerd om de krijgslust van de samoerai’s te stimuleren. Voor deze hondengevechten werd de Tosa, een afstammeling van de Kochi gebruikt.

Maar deze hond, die speciaal voor dit doel was gekruist met onder andere Bulldogs, Duitse Doggen, Sint Berhards en Mastiffs, kreeg al gauw de Akita Inu tegenover zich in de vechtring. Deze rassen werden nu met elkaar gekruist. Sommige nakomelingen, die met de hangoren, werden Shin Akita (nieuwe Akita) genoemd. Het klakkeloze kruisen en het vermengen van al die rassen veroorzaakte een ware degeneratie van het ras. In het jaar 1910 werden hondengevechten verboden, maar het lot sloeg opnieuw toe. Er werd een hondenbelasting ingevoerd, waardoor duizenden viervoeters werden afgeslacht en daar kwamen nog eens ontelbare slachtoffers van een andere ramp, hondsdolheid, bij.

Pas tegen 1930 namen de Japanse autoriteiten maatregelen in verband met de bescherming van bepaalde diersoorten, waaronder ook honden, met name de Akita Inu. Deze werd dus van toen af aan geassocieerd met het Japanse nationale erfgoed. Er werd een vereniging ter bescherming van het ras opgericht. Een edelman, Ichinoseki, ging aan de slag om de Akita Inu van vroeger te doen herleven. Op zijn aansporing werd onmiddellijk een uitvoerverbod voor Akita Inu’s van kracht. Bovendien werd zo selectief gefokt dat binnen de kortste keren het oorspronkelijke type was teruggekeerd, het type waar generaal Tsunayoshi langer dan 200 jaar geleden zo enthousiast over was. Helaas werd alle inzet in één keer teniet gedaan door het gebeuren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook de Akita moest er aan geloven vanwege zijn eetbare vlees en zijn warme vacht. In 1946 bestonden nog maar enkele exemplaren van het eens zo geliefde ras.

Opnieuw zet Ichinoseki zich in om de Akita voor uitsterven te behoeden. Tegen officiële bevelen in, houdt hij een paar mooie honden bij hem thuis verborgen om meteen na de oorlog opnieuw een fokkerij te beginnen. Tegelijkertijd kruiste een zekere lto Akita Inu teven met een Duitse Herdershond en verkocht de resultaten daarvan heel duur aan Amerikaanse soldaten. Op die manier kwam de `Akita Inu’ in de Verenigde Staten terecht. Deze Amerikaanse variant heeft zich snel verspreid en tegenwoordig bestaan beide lijnen naast elkaar. In het algemeen wordt echter gehoopt dat de Japanse versie, die lichter is en meer lijkt op het oorspronkelijke type, de Amerikaanse zal vervangen.

De Akita Inu is geen onbekende op hondenshows in Nederland en België, maar de aantallen zijn nog niet echt hoog. Tijdens de Wereldwinner tentoonstelling van 1985 verschenen 15 exemplaren in de ring; tijdens de Winner van 1988 waren het er 21.

GEDRAG

Zijn Aziatische afkomst geeft de Akita een pluspunt ten opzichte van veel van zijn soortgenoten: stress kent hij niet. Dit maakt hem in zekere zin onverstoorbaar. Het is een hond die bijvoorbeeld zonder de minste opwinding een vliegreis kan maken die 20 uur of langer duurt, zonder bij aankomst volkomen in de war te zijn. In het algemeen is de Akita tegelijkertijd gehoorzaam, moedig en nobel, maar desondanks behoudt hij zijn zo eigen naieve uitdrukking. Trouw is een van zijn grootste kwaliteiten.

Hij behoort tot de rasgroep van de Keesachtigen en de Poolhonden; evenals de Alaskan Malamute en de Siberian Husky heeft hij een sterke drang naar onafhankelijkheid. Dat hij gehoorzaam kan zijn, betekent niet dat hij zich onderwerpt.

Hij is erg trouw aan zijn baas en het gezin. Van nature is hij erg afstandelijk, eerder wantrouwend ten opzichte van onbekenden. Daarbij zal hij echter nooit agressief doen. Maar de eerlijkheid gebiedt om te vermelden dat hij nauwelijks zachte gevoelens heeft voor andere honden. Omdat hij zo sterk is, ziet hij er niet tegenop om nu en dan zijn krachten eens te meten en de ander zijn wil op te leggen.

Akita’s kunnen heel wat taken aan, maar één ding moet worden vermeden; het zijn geen sleehonden, al hebben ze wel iets weg van Husky’s. Hun te rechte hoeking van de ledematen maakt dat ze volkomen ongeschikt zijn voor races. Waar ze nog steeds wel voor worden ingezet, is de jacht op het hert en het wilde zwijn. Een belangrijk detail hierbij is dat hij een stille jager is; dat wil zeggen dat hij niet blaft tijdens de achtervolging.

Een van zijn opvallende eigenschappen is, dat het zo’n uitstekende waakhond is. Hij wordt dan ook door de Japanse politie op verschillende plaatsen ingezet, vooral in sommige gevangenissen. Hij wordt ook gebruikt als blindengeleidehond en als reddingshond, wat veel zegt over het gemak waarmee hij zich in verschillende situaties aanpast. In de Verenigde Staten wordt de Akita ingedeeld bij de werkrassen. Jaarlijks behaalt hij kampioenschapprijzen tijdens proeven en wedstrijden. In het algemeen slaagt hij ook met vlag en wimpel voor gehoorzaamheidsproeven zoals de verschillende IPO-proeven. Het is interessant om te merken dat deelname aan wedstrijden tegengas betekent in de richting van het fokken van te zware honden. De fokkers zijn op deze manier verplicht om honden te presenteren die aan de norm voldoen en kunnen zich niet laten verleiden mee te doen aan de rage om `de grootste hond die bestaat’ te fokken.

Verschillende instructeurs, die gewend zijn om te werken met Duitse Herdershonden of Dobermann Pinschers, hebben de Akita getest als verdedigingshond. Ze stonden verbaasd over de intelligentie van dit ras. Maar om zijn aandacht te blijven houden moet met deze hond steeds kort worden gewerkt.

Een Akita kan in principe in een woning in de stad worden gehouden, maar hij neemt toch veel ruimte in vanwege zijn grootte en bovendien moet met hem worden gewandeld, ook als het slecht weer is. Hij heeft niet zo veel beweging nodig als de sleehonden, maar een kort ‘blokje om’ is ook voor hem beslist niet voldoende. Hoewel hij familie is van de Keesachtigen en de Poolhonden, neemt hij door zijn geschiedenis, zijn uiterlijk en zijn gedrag toch een heel aparte plaats in.

HACHIKO

In Japan is het verhaal van Hachiko erg bekend. Hachiko ging elke dag alleen naar het station om zijn baas, een universiteitsprofessor af te halen. Dat deed hij al jaren. Elke avond kwam de hond precies op tijd naar het station om de trein op te wachten. Hond en baas gingen dan samen naar huis. Na de dood van zijn baas kwam de hond nog tien jaar lang, elke dag naar het station. Als hij merkte dat zijn baas niet thuiskwam vertrok hij; verdrietig en alleen. Maar dat belette hem niet om de volgende dag weer precies op tijd present te zijn. De mensen die op het station werkten en kinderen vonden dit zo ontroerend, dat ze hem te eten gaven en hem verzorgden als hij weer eens gewond was na een gevecht met andere honden.

Na zijn dood werd voor het Shibuya-station in Tokyo een standbeeld voor hem opgericht. In hetzelfde station werd overigens ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de beroemde Yamamotospoorlijn een Akita Inu tot erestationschef benoemd. De vacht van Hachiko is bewaard gebleven in het museum van Ueno en hijzelf is het onderwerp van veel Japanse kinderboeken.

STANDAARD

ALGEMEEN
Grote hond, robuust gebouwd, goed van verhoudingen en met veel substantie. De hond ziet er kort en stevig gebouwd uit en toont veel kracht. De verhouding schouderhoogte x lichaamslengte bedraagt 10:11. Hij is gehoorzaam en intelligent en heeft een open, maar ook edele en waardige uitdrukking.

Gangwerk: gestreefd wordt naar soepelheid en kracht bij de reu en naar elegantie en ‘vrouwelijkheid’ bij de teef.

HOOFD
Ruime, vlakke schedel; aan de voorkant breed met een duidelijk aangegeven stop en een goed zichtbare rimpel over het voorhoofd, matig ontwikkelde wangen, matig lange, krachtige snuit. De neus is recht en heeft een dikke, zwarte neusspiegel; een lichte kleur is toegestaan bij witte honden. Gesloten lippen.

GEBIT
Scharend, krachtig gebit.

OREN
Naar verhouding klein; dik en driehoekig. Licht naar voren neigend en duidelijk gespitst. Gescheiden door een matig brede tussenruimte en enigszins afgerond aan de punten.

OGEN
Naar verhouding klein, iets driehoekig, goed uit elkaar geplaatst en donkerbruin. Een donkerder kleur kan worden toegestaan.

LICHAAM
Hoge schoft, rechte, korte rug, brede en gespierde lendenen, diepe borst en goed ontwikkelde voorborst, matig gebogen ribben en goed opgetrokken buik. Hals: dik en gespierd, in verhouding passend bij het hoofd. Schouderhoogte: reuen 67 cm, teven 61 cm; 3 cm meer of minder is toegestaan.

BENEN
Schouders: matig schuin en goed ontwikkeld. Voorbenen: recht en zwaar van bot. Ellebogen: tegen het lichaam geplaatst en middenvoeten enigszins schuin. Lange dijen, korte onderschenkels, sterke, stevige spronggewrichten.

VOETEN
Dik, rond en aaneengesloten. Harde nagels.

STAART
Hoog aangezet, dik en gekruld op de rug gedragen. Uitgerold reikt de punt bijna tot aan het spronggewricht. De staart moet altijd gekruld zijn; naar rechts, naar links, of dubbel gekruld.

VACHT
Rechten grof bovenhaar met een zachte, dichte ondervacht. Op de staart is het haar iets langer en dichter.

KLEUR
In Europa zijn alle kleuren toegestaan (gestroomd: zwart, rood, wit enzovoort, zwart, rood, wit en gevlekt); in Japan mag alleen rood, wit of gestroomd.

BIJZONDERHEDEN
Fouten: diskwalificatie voor monorchisme, cryptorchisme, niet gespitste oren, hangende staart, korte staart.

Ernstige fouten: angstige hond, ernstig bovenvoor- of ondervoorbijten, lange staart, lange, borstelige vacht.

Minder ernstige fouten: tanggebit, onregelmatige tanden; licht boven- of onder-voorbijten; kleur van de neusspiegel niet passend bij de vachtkleur; met zwart gevlekte tong; ronde, lichte ogen; zeer korte vacht.

VERWANTE RASSEN

De Akita Inu is familie van de Poolhonden, dus van de sleehonden, hoewel hij zelf helemaal niet geschikt is om in het tuig te lopen als trekhond. De Samojeed dankt zijn naam aan een stam die heel lang geleden thuis was op de hoogvlakten in Iran; Samojeden zijn erg opvallend met hun witte, dichte vacht. De Alaskan Malamute, de grootste, sterkste poolhond, ontleent zijn rasnaam aan de stam van de Mahlemuts, Indianen uit Noordwest-Alaska. Deze sleehonden werden rond 1900 in de Verenigde Staten géïntroduceerd.

De Groenlandse Hond is een directe afstammeling van de Eskimohond en de Siberian Husky, die misschien het meest opvalt door het soms aanwezige masker en blauwe ogen. De Groenlandse Hond komt oorspronkelijk uit Noordoost-Siberië, van waaruit hij naar Alaska emigreerde. Dit is een uiterst snelle, elegante sleehond. Het is een hond die graag in meutes leeft en dus beslist niet tegen eenzame opsluiting in een kennel kan.

Andere familieleden van de Akita zijn de rustieke jachthonden van het noorden, zoals de Karelische Berenhond, die niet alleen groot, maar ook erg moedig is en is uitgerust met een perfect stel zintuigen. Ook de Finse Spits met zijn rossige vacht is familie’. De Elkhound werd in Noorwegen gebruikt voor de jacht op elanden. De Keeshonden, prettige gezelschapshonden, zijn feite ook verre familieleden.

Verwante rassen dichterbij zijn de Japanse Shiba Inu, die oorspronkelijk uit China komt en wordt gebruikt voor de jacht op klein wild. Deze hond lijkt erg op de Akita, maar is kleiner. Ook hij heeft talenten als waakhond. De Hokkaido Ken trok al in de 10e eeuw v. Chr. met de Ainu en Hokkaidostammen mee. Deze hond werd zowel gebruikt als waakhond, als gezelschapshond, als jachthond, alsmede bij de visvangst op zalm. Het laatste familielid is de Karafuto Ken, waarvan nog maar ongeveer een dozijn exemplaren op het eiland Hokkaido rondlopen. Deze hond is verwant aan de Alaskan Malamute en is in Japan beroemd geworden omdat hij deel uitmaakte van een expeditie naar de Zuidpool.